Beste Belgische WK-prestatie voor Nina Derwael: een overzicht van de Belgische prestaties op Wereldkampioenschappen

Inge Doens   ‐  Donderdag 7 nov 2013   ‐   Tweet

#delhaizeTOPteam

Nina Derwael met haar bronzen medaille op het WK te Montréal (Foto Thomas Schreyer)


Met de steun van


In 1934, toen het tot dan toe traditionele ‘Tournoi International’ werd omgedoopt naar het 'Wereldkampioenschap', deden er eerst ook voor het eerst vrouwen aan deze wedstrijd. Iets te vroeg voor onze Belgische dames, maar hieronder lees je wie hier verandering in bracht!

De Belgische dames namen voor de eerste keer aan het WK deel toen dat in 1950 in Bazel werd gehouden en werden toen 7e in team.

Van de 35 mogelijkheden die er tot nu toe voor de Belgische vrouwen zijn geweest om zich op een WK te laten zien, hebben ze 26 keer gebruik gemaakt. Negen keer waren ze er niet bij: 1934 Boedapest, 1938 Praag, 1958 Moskou, 1962 Praag, 1979 Fort Worth, 1964 Dortmund, 1996 Puerto Rico, 2005 Melbourne en 2009 Londen. Bij twaalf WK’s traden de vrouwen met een complete landenploeg aan. De beste klasseringen per ploeg bereikten zij in 2001 in Gent (15e), 2010 in Rotterdam (15e) en 2011 in Tokyo (16e). Door de jaren heen hebben tot nu toe 110 turnsters voor al die prestaties gezorgd.

Na twee keer aan de landenwedstrijd mee te hebben gedaan (1950 en 1954) en vervolgens twee WK’s zonder Belgische deelname, gingen er in 1966 voor het eerst drie individuele turnsters naar het WK in Dortmund. Vera Govaerts-Grymonprez eindigde daar bij de beste vijftig turnsters (48e). Voor de beide andere deelneemsters was ‘slechts’ een plaats weggelegd in de tweede helft van het deelnemersveld: Christiane Goethals 102e en Horta Van Hoye 111e.

Teams naar het WK
In 1974 gaat er weer complete ploeg op pad met onder meer Joelle De Keukeleire en Marleen Van Esser. Er doen 22 teams mee, de Belgische vrouwen sluiten de wedstrijd af met een 19e plaats. Van de 148 deelneemsters bereikt Joelle de Keukeleire net niet de eerste helft van het klassement. Ze wordt 77e. Een WK later, Straatsburg 1978, gaat ze naar haar tweede WK. Ze scoort dan weliswaar meer punten (70.100) dan bij haar debuut (68.750), maar verder dan plaats 107 komt ze daar niet mee.

Vanaf 1985 breekt er een periode aan waarin steeds weer een team naar het WK wordt afgevaardigd. Daarin duiken dan de al wat meer bekende namen op van Ilse Volckaert, Mauricette Geller, Stéphanie Lamboray, Stéphanie Moreau en Bénédict Evrard. Deze laatste turnster debuteert tijdens het WK van 1991 in Indianapolis. Met haar 94e plaats is ze daar de beste Belgische deelneemster.

Een jaar later is ze ook in Parijs de sterkste van de vijf Belgische turnsters die daar aan het eerste WK deelnemen waarbij geen landenwedstrijd en meerkamp op het programma staan. De grote doorbraak van Bénédict Evrard komt in 1993 als in Birmingham een WK wordt gehouden dat vergelijkbaar is met het Antwerpen van nu: meerkamp en toestelfinales. Ze wordt 13e in de kwalificatieronde (37.967 punten) en plaatst zich daarmee als eerste Belgische turnster voor de individuele meerkampfinale. Daarin eindigt ze uiteindelijk met 36.662 punten op de 22e plaats.

In het zevental turnsters dat in 1995 in Japan deelneemt aan de wereldkampioenschappen zit Caroline Debras. Bij die gelegenheid eindigt ze als 99e in de kwalificatie, net achter Monique Cohen (98e). In de daaropvolgende jaren zal Debras echter uitgroeien tot de vlaggendraagster van het Belgisch vrouwenturnen. In 2001 maakt ze in Gent nog steeds deel uit van het team dat daar een 15e plaats weet te behalen.

Bij het WK van 2003 in Anaheim begint een nieuwe periode voor het Belgische vrouwenturnen. De bijna 16-jarige Aagje Vanwalleghem, als enige turnster naar dit WK uitgezonden, zorgt voor een aangename verrassing. Als debutante plaatst zij zich als 30e (35.587 punten) voor de meerkampfinale en is daarmee na Bénédict Evrard de tweede Belgische turnster die tot de besten van de wereld weet door te dringen. In de finale blijft ze met 35.499 punten dicht bij haar score uit de kwalificatieronde die haar wel een 21e plaats in het klassement oplevert. Daarmee heeft ze het net iets beter gedaan dan Bénédict Evrard tien jaar eerder in Birmingham. In de jaren die volgen krijgt Aagje Vanwalleghem twee sterke turnsters naast zich in het team: Gaelle Mys en Julie Croket. Het trio zorgt ervoor dat het Belgische vrouwenteam bij de wereldkampioenschappen van Rotterdam en Tokyo de positie van Gent weet te behouden. In Rotterdam worden ze 15e, in Tokyo eindigt het zestal op de 16e plaats.

De ‘doorzetters’
Het merendeel van de 110 WK-turnsters heeft één of twee keer aan een WK deelgenomen. Maar er zijn, als altijd, toch een paar uitschieters voor wie het deelnemen aan het WK ‘een vanzelfsprekendheid’ werd. Stéphanie Lamboray bijvoorbeeld debuteerde bij het WK 1987 in Rotterdam. Maar ook in Stuttgart (1989) en Indianapolis (1991) maakte ze deel uit van het Belgische vrouwenteam. Met haar deelname aan het WK van 1992 in Parijs was ze de eerste Belgische vrouw die vier keer een WK turnde.

Caroline Debras turnde haar eerste WK in 1994 in Brisbane. Haar reeks zou pas stoppen bij zes WK’s: 1995 Sabae, 1997 Lausanne, 1999 Tianjin, 2001 Gent en 2002 Debrecen. Tot nu toe heeft geen enkele Belgische turnster aan meer WK’s deelgenomen.

Voor Aagje Vanwalleghem stopte de reeks bij vijf WK’s. Na haar glanzende debuut in Anaheim (2003) volgden nog de wereldkampioenschappen van 2006 Aarhus, 2007 Stuttgart, 2010 Rotterdam en 2011 Tokyo. Begin 2012 zette ze een definitieve punt achter haar actieve loopbaan. Aagje Vanwalleghem, die in september 2013 trotse moeder werd van een dochterje Noa, is op het WK in Antwerpen actief als co-presentator voor Sporza.

De Belgische dames schrijven geschiedenis!
Op het WK in Antwerpen weten Gaelle MYS (OTV Nazareth) en Laura WAEM (Sportiva Sint-Gillis-Waas) door te stoten tot de allroundfinale. Gaelle eindigt in die finale op de 18de plaats en schrijft meteen de beste Belgische WK-prestatie ooit achter haar naam. Laura wordt 22ste, de derde turnster Lisa VERSCHUEREN (Sportiva Sint-Gillis-Waas) eindigt verdienstelijk op plaats 36.

Op het WK in Nanning (China) haalt het Delhaize TOP-team een historische 11de plaats in de teamrangschikking. Individueel kon Laura Waem (Sportiva Sint-Gillis-Waas) zich plaatsen voor de allroundfinale waar ze 24ste werd.
Het Delhaize TOP-team bij de meisjes was samengesteld uit: Gaelle Mys (OTV Nazareth), Laura Waem (Sportiva Sint-Gillis-Waas), Lisa Verschueren (Sportiva Sint-Gillis-Waas), Julie Croket (GymMAX vzw), Eline Vandersteen (Turnkring Varsenare), Lin Versonnen (Kon. Turnkring Lyra Lier) en reservergymnast Dorien Motten (Turnkring Bilzen).

Naar het 47ste WK in Montréal (Canada) in 2017 trekken 3 individuele turnsters: Rune Hermans (Gym Haacht), Maellyse Brassart (Gym Passion Herseaux) en Nina Derwael (TK Sta-Paraat-Hasselt). De meisjes turnen alledrie een goede kwalificatie waardoor Nina en Rune zich voor de Allroundfinale plaatsen. Malellyse wordt 25ste en mag niet naar de AA-finale. Tijdens die AA-finale zet Rune een zeer stabiele wedstrijd neer. Ze eindigt op een knappe 11de plaats. Nina doet nog iets beter en wordt 8ste! HISTORISCH voor België. Daarbovenop weet Nina zich ook nog voor de Brugfinale te plaatsen. De eerste keer ooit in het vrouwenturnen! Ze houdt het hoofd koel en zet een knalprestatie neer aan haar favoriete toestel. Goed voor BRONS aan de damesbrug. Opnieuw een Historisch moment voor België!

Reacties op dit bericht

Om een reactie te plaatsen en reacties te bekijken moet je ingelogd zijn. Inloggen