Enkele interessante weetjes

Inge Doens   ‐  Woensdag 30 sep 2009   ‐   Tweet


  • De Olympische volgorde van een herenwedstrijd is: grond > paard met bogen > ringen > sprong > brug > rek.
  • Het nieuwe turntoestel 'Pegases' is in gebruik sinds het WK 2001 in Gent. Dit revolutionaire sprongtoestel is dynamischer, veiliger en gelijk voor meisjes en jongens.
  • De jury bestaat uit een D- en een E-jury. De D-jury bepaalt de moeilijkheid van de oefening door de waarde van de geturnde delen, verbindingen, vereisten en bonussen bij elkaar op te tellen. De E-jury beoordeelt de correcte uitvoering en trekt met 0,1 - 0,3 - 0,5 punten af voor vastgestelde fouten. De score voor moeilijkheid wordt opgeteld bij de score voor uitvoering om tot de eindscore te komen. Dit betekent dat er boven de 10 punten kan gescoord worden.
  • De puntencode van de Internationale Gymnastiekfederatie (FIG) wordt elke 4 jaar aangepast, telkens na de Olympische Spelen. Het idee van de Canadees Hardy Fink in 1999 om een puntencode te maken die voor langer dan 4 jaar vast ligt, met een open einde waarbij boven de 10 punten kan gescoord worden lijkt met de nieuwe code vanaf 2006 uiteindelijk in de nieuwe eeuw uiteindelijk toch ingang te hebben gevonden.
  • De toestellen worden steeds hoger! In mei 2002 besloot het Technische Comité van de FIG om zowel de ringen, de herenbrug als de rekstok met 5 centimeter te verhogen. De mensen worden immers alsmaar groter, de toestellen moeten dus volgen.
  • Gymbewegingen zijn dikwijls genoemd naar de gymnasten die ze het eerst op een internationale wedstrijd turnden, denk maar aan: 'Gienger' (GER) aan het rek, 'Tsukahara' (JPN) aan de sprong en Thomas' kreitsen (USA) aan het paard,...

Reacties op dit bericht

Om een reactie te plaatsen en reacties te bekijken moet je ingelogd zijn. Inloggen