Geschiedenis EK vrouwen

Inge Doens   ‐  Dinsdag 22 mei 2012   ‐   Tweet
Elisabeth Tweddle (GBR)


Toename aantal deelneemsters later dan bij de mannen
Twee jaar nadat de mannen hun eerste strijd om de Europese titel ‘succesvol’ hadden afgewerkt, kregen de vrouwen hun eerste Europese Kampioenschap. Dat werd op 25 en 26 mei 1957 in het Roemeense Boekarest gehouden. Vorig jaar werd in Berlijn de 32e editie van dit Europese toernooi gehouden. De belangstelling bij de vrouwen was in het begin zo mogelijk nog geringer als bij de mannen. Slechts negentien deelneemsters uit tien landen waagden toen hun kansen. Als de vrouwen in 1977, acht jaar later dan de mannen, eindelijk ook drie turnsters per land mochten afvaardigen, stijgt het aantal deelneemsters van omstreeks veertig naar zestig en hoger.

Toen de FIG in 1985 haar laatste EK voor vrouwen in Helsinki organiseerde, hadden zich daarvoor 24 landen met 62 deelneemsters gemeld. Als gevolg van de politieke veranderingen in Oost-Europa steeg dat aantal in de daaropvolgende jaren snel. Bij het EK van 1989 dat in Brussel werd gehouden, stuurden 25 landen nog 67 turnsters naar het Parc des Expositions. Daarna volgde in 1994 de invoering van de teamwedstrijden, waardoor het aantal turnsters dat daarvoor werd aangemeld al direct boven de honderd kwam. In de Globe Arena in Stockholm verschenen toen 106 turnsters aan de start, afkomstig uit 31 landen. Het aantal vooraanmeldingen voor dit EK lag overigens aanzienlijk hoger. Volgens de, optimistisch ingestelde, turnbonden zouden er 163 turnsters naar Stockholm komen…


Vulkaan dwarsboomt EK in Birmingham
Dat waren overigens ook de verwachtingen toen in 2010 het EK in Birmingham werd gehouden. Daarvoor hadden zich 36 landen gemeld die hadden laten weten om 167 turnsters naar de National Indoor Arena te zullen sturen. De uitbarsting van een vulkaan op IJsland en de invloed die dat had op het vliegverkeer, gooide letterlijk en figuurlijk roet in het eten. Met veel kunst- en weinig vliegwerk waren uiteindelijk nog 33 landen ‘op tijd’ in Birmingham om aan een ‘aangepast’ EK te beginnen. Met 126 deelneemsters werd toch nog ‘een record’ geboekt. Of dat dit in jaar in Brussel zal worden overtroffen, blijft nog even wachten.

Opmerkelijk in deze periode was het EK van 1981 dat in Madrid werd gehouden. Los van de abominabel slechte organisatie, hadden zich slechts 17 landen met 48 deelneemsters gemeld. Veel West-Europese landen stuurden maar één, of soms twee, turnsters naar de Spaanse hoofdstad, en benutten niet de mogelijkheid om drie turnsters af te vaardigen. West-Duitsland nam helemaal niet deel. Hoewel er allerlei redenen werden aangevoerd om deze houding te rechtvaardigen, had het toch veel weg van een ‘stil protest’ tegen de enorme overmacht die turnsters uit Oost-Europa aan de dag legden.

Sinds het eerste EK in 1957 hebben niet alle bij de UEG aangesloten landen aan het EK voor de vrouwen meegedaan. Een vijftal (kleinere) landen ontbreken op die lijst. In Brussel zullen Azerbeidzjan, Georgië en Moldavië hun EK debuut bij de vrouwen maken. Als ze tenminste hun vooraanmelding omzetten in een daadwerkelijke deelname. Er is maar één land dat aan alle EK’s heeft deelgenomen: Frankrijk! De Belgische vrouwen verschenen voor het eerst op het EK-toneel bij het EK van 1963 in Parijs. Tot nu toe is daarin geen onderbreking meer geweest.


Vrouwen vier keer naar Frankrijk voor EK
Voor de organisatie van de 28 EK’s ‘tekenden’ achttien landen. Vijf landen namen vijftien EK’s voor hun rekening, de overige dertien landen namen elk één EK voor hun rekening. België organiseerde in 1989 voor de eerste keer het EK voor de vrouwen. Frankrijk had de Europese vrouwen vier keer te gast: Parijs in 1963 en 2000, Nantes in 1992 en Clermont-Ferrand in 2008. Groot-Brittannië, Griekenland, en Zweden organiseerden drie keer een EK. De Nederlandse hoofdstad Amsterdam gaf twee keer gastvrij onderdak aan de Europese Kampioenschappen (1967 en 2004). De wedstrijden werden steeds gehouden in het RAI-evenementencomplex in Amsterdam-Zuid. Parijs (1963 en 2000) en Birmingham (1996 en 2010) kregen ook de EK-organisatie elk twee keer toegewezen. Zestien keer vond het EK onderdak in een Europese hoofdstad.


Negen EK’s voor Elizabeth Tweede
Sinds het begin van de Europese titelstrijd in 1957 hebben 1410 vrouwen een startbewijs gekregen voor één of meer kampioenschappen seniors. Iets meer dan een derde deel van dat aantal (492) nam tenminste twee keer deel. De ‘kopgroep’ bestaat echter uit 36 turnsters die vijf of meer keer meededen aan de strijd om de Europese titels. De top bestaat uit de Britse Elizabeth Tweddle (9 keer) en de Tsjechische Jana Sikulova (8 keer). Daarna volgt een groepje die al zes of zeven hebben meegedaan en nu nog steeds actief zijn.

De lijst van turnsters die één of meer EK’s achter hun naam hebben staan (senioren en junioren) telt 2211 deelneemsters. Daarvan zijn er 542 gestart bij het EK-junioren, om vervolgens de overstap te maken naar de senioren. Het aantal deelneemsters aan een van de twee kampioenschappen houdt elkaar redelijk in evenwicht: 1410 senioren tegenover 1343 junioren.

België heeft drie turnsters op de lijst die elke vier keer hebben deelgenomen: Caroline Debras (1994, 1996, 1998 en 2002), Chloë Henry (2004, 2005, 2006 en 2007) en Aagje Vanwalleghem (2004, 2005, 2009 en 2011). Aan de senioren wedstrijden deden 54 Belgische turnsters mee; bij de junioren begonnen 49 turnsters aan hun internationale loopbaan. Daarvan maakten er 16 ook daadwerkelijk de overstap naar de senioren. Onder hen onder meer Aagje Vanwalleghem, Gaelle Mys en Mauricette Geller.

Net als bij de mannen is het aantal junioren dat vervolgens een succesvolle internationale doorbraak wist te bewerkstelligen, minder dan je op grond van de eerste prestaties zou mogen verwachten. Maar toch zijn ook hier turnsters die wel een zeer succesvol vervolg hebben weten te geven aan hun hoopvol begin. De meest bekende daarvan is bijvoorbeeld Elizabeth Tweddle die in 2000 in Parijs haar debuut maakte bij de junioren. En wat te denken van Vanessa Ferrari (2004), Svetlana Khorkina (1993), Lavinia Milosovici (1991), Elena Zamolodchikova (1996) of Svetlana Boginskaya die in 1986 in Karlsruhe Europees Juniorenkampioene werd om direct daarna bij haar seniorendebuut in 1989 in Brussel ook daar de meerkamptitel in de wacht te slepen.





Reacties op dit bericht

Om een reactie te plaatsen en reacties te bekijken moet je ingelogd zijn. Inloggen