Meer over trampoline

Inge Doens   ‐  Dinsdag 15 sep 2009   ‐   Tweet


Alles wat je moet weten over trampoline wordt hieronder voor jullie opgesomd!

  • George Nissen (USA), voormalig circusartiest, bouwde de eerste trampoline (zoals we ze nu kennen) als trainingstoestel voor schoonspringers. Hieruit is Trampoline als zelfstandige discipline gegroeid. George Nissen wordt dan ook aanzien als de uitvinder van de trampoline.
  • Het eerste wereldkampioenschap Trampoline werd in 1964 te Londen georganiseerd. Het WK gewonnen werd door Danny Millman (mannen) en Judy Wills Cline (vrouwen) uit de Verenigde Staten.
  • 1997 - het 71° congres van de Internationale Gymnastiekfederatie (FIG) verwelkomt Trampoline als nieuwe FIG-discipline (na ontbinding van de Internationale Trampolinefederatie - FIT).
  • Op de Olympische Spelen van 2000 te Sydney stond Trampoline voor het eerst op het programma. Irina Karavaeva en Alexandre Moskalenko (RUS) werden de eerste Olympische kampioenen. Vier jaar later konden Anna Dogonadze (GER) en Yuri Nikitin (UKR) zich de Olympische titel toeëigenen.
  • Een jurypanel bestaat uit 5 uitvoeringsjuryleden en 2 moeilijkheidsjuryleden. Daarnaast is er nog een voorzitter die alles in goede banen moet leiden. Voor de synchroonwedstrijden zijn er 4 uitvoeringsjuryleden, 2 moeilijkheidsjuryleden, 3 synchroonjuryleden, 1 assistent en 1 voorzitter.
  • Elk uitvoeringsjurylid beoordeelt een oefening op 10 punten. De drie middelste scores worden opgeteld en daarbij wordt dan de moeilijkheid geteld.
  • Een trampoline is 5.2 meter lang, 3.05 meter breed, 1.08 meter hoog en weegt ongeveer 220 kg.

Wist je dat?

  • Er bij de Eskimo’s in de jaren 1920 al een vorm van trampolinespringen bestond.
    Walvissenhuid tussen vier palen hielpen jagers om al springend verder te kunnen kijken!
  • Er op trainingen en wedstrijden 'spotters' rond de trampoline staan. Ze moeten atleten die uit de trampoline 'vliegen' tegenhouden of opvangen.
  • Er gebruik wordt gemaakt van een 'spottermatje'. Dit is een klein, zacht matje dat een val of landing opvangt. De spotter duwt dan de mat onder de trampolinespringer.
  • Er aan de universiteit van Karlsruhe (2001) een wiskundig model van de trampoline werd gemaakt. Aan de hand van dat model werd berekend dat een kind van 40 kg bij een sprong van 2 meter negen keer de zwaartekracht te verduren krijgt.