Sport en politiek

Inge Doens   ‐  Dinsdag 22 mei 2012   ‐   Tweet


De oprichting van de UEG is niet zonder slag of stoot tot stand gekomen. De Oost-West tegenstelling in Europa lag daaraan voor een belangrijk deel ten grondslag.

De Oost-Europese landen, met de Sovjet-Unie aan het hoofd en, vanaf 1976, Yuri Titov als president van de FIG, hebben zich lange tijd verzet tegen de totstandkoming van de UEG. Dit door de Met name de politieke verwikkelingen in het begin van de tweede helft van de vorige eeuw. Een (politiek getinte) tegenstelling die al begon in de jaren vijftig....

In 1951 werd een (eerste) verzoek van de ‘Sektion Gymnastik und Turnen’ van de DDR om als lid in de FIG opgenomen te worden, afgewezen. Daar waar de West-Duitse tegenhanger, de Deutsche Turner Bund, wel als nieuw lid werd geaccepteerd. Ook de vijf daaropvolgende pogingen van de DDR om lid te worden, werden door ‘het westen’ gedwarsboomd. Pas bij de zevende keer, bij het FIG-congres van 1957 in Zagreb, werd het Deutsche Turn-Verband (DTV) van de DDR als nieuw FIG-lid in de turngelederen opgenomen. Vanaf dat moment konden turners en turnsters uit de DDR aan internationale wedstrijden meedoen. Bij het EK van 1957 en het WK van 1958 verscheen de DDR voor het eerst aan de start.

Parijs 1963: Wantrouwen en boycot
Het wantrouwen tussen Oost en West bleef echter bestaan. In 1963 kwam het opnieuw tot een uitbarsting. In mei van dat jaar was de Europese titelstrijd voor de vrouwen gepland in Parijs. Maar voor de turnsters zich daar in het Stade Pierre de Coubertin konden presenteren, was er heel wat politiek gekrakeel.

Eigenlijk was de kiem daarvoor al een jaar eerder gelegd toen er problemen ontstonden rondom de deelname van de DDR aan de Gymnaestrada in Stuttgart. Naar aanleiding daarvan vroeg de DDR aan de FIG dat ‘de landen die in 1963 het EK zouden organiseren, garandeerden dat aan alle gymnasten visa zouden worden verstrekt’. Frankrijk, kandidaat van het EK voor vrouwen, kon die toezegging onmogelijk doen omdat de beslissing daarover destijds berustte bij de Intergeallieerde Commissie in Berlijn.

Toch kreeg Frankrijk de organisatie toegewezen en gebeurde wat niemand wilde: de deelnemers uit de DDR kregen geen visa voor Frankrijk en konden dus niet in Parijs deelnemen. Het was voor de Oost-Europese landen, behalve Joegoslavië, aanleiding om ook niet in Parijs mee te doen. De Sovjet-Unie deed nog wel een poging om de kampioenschappen niet te laten doorgaan of in een ander land te houden. Maar met vijf tegen twee stemmen besloot het FIG-bestuur de wedstrijden in Parijs toch ‘gewoon’ te laten doorgaan.

Voor de Sovjet-Unie is daarmee de kous niet af. Op het FIG-congres van juli doen zij onder meer het voorstel om de kampioenschappen van Parijs ‘niet als officieel kampioenschap te beschouwen, omdat wegens redenen van politieke aard niet alle Europese leden van de FIG in de gelegenheid waren deel te nemen’. Ook willen ze dat toekomstige EK’s en WK’s alleen worden toegewezen aan landen die de nodige garanties geven dat alle officials en gymnasten zonder moeilijkheden zullen kunnen deelnemen.

Praag 1977: Roemeense turnsters lopen weg
In 1975 had de 13-jarige Roemeense turnster Nadia Comaneci de turnwereld op zijn kop gezet door in het Noorse Skien de meerkamptitel bij de vrouwen voor zich op te eisen. Met daarbij nog drie overwinningen bij het springen, brug-ongelijk en evenwichtsbalk, gaf ze de Sovjet-turnsters, en met name Nelly Kim, ‘een flink pak slaag’. Twee jaar later zouden beide rivalen elkaar in Sportpaleis van Praag opnieuw treffen. Een ontmoeting die niet zonder gevolgen zou blijven.

Al vanaf het begin van het EK hing er een gespannen sfeer in de hal. Tijdens de loting, vier weken eerder, waren de Sovjetturnsters en hun Roemeense rivalen ‘toevallig’ niet in dezelfde groep beland. In de eindafrekening van de meerkamp echter won Comaneci opnieuw, nu Elena Muchina en Nelly Kim achter zich latend. Het verschil was 0,35 respectievelijk 0,45 van een punt. Op de tweede dag van het toernooi stonden de toestelfinales op het programma.

Bij het springen begonnen de eerste problemen. Net als eerder al bij de mannen was ingevoerd, werd nu ook bij de vrouwen het gemiddelde van de twee finalesprongen opgeteld bij de eerder behaalde kwalificatie score tijdens de meerkamp. Nelly Kim sprong een gestrekte Tsukahara (die nog niet in de Code was opgenomen) en een handstandoverslag met een halve draai in de eerste vluchtfase gevolgd door een salto achterover. Haar scores van 9.75 en (vooralsnog) 9.70 leverden een gemiddelde op van 9.725. Nadia Comaneci, als vierde aan de beurt, sprong een gebückte en gehurkte Tsukahara: 9.80 en 9.70. Eindresultaat derhalve 9.750. Beide turnsters hadden in de ‘kwalificatie’ dezelfde score (9.75) behaald. Zowel Roemenië en vervolgens de Sovjetunie tekenden protest aan. De score van Comaneci voor de eerste sprong ging omhoog met 0,05. Daarna kreeg Kim voor haar tweede sprong een ‘bonus’ van 0.1 punt. Kim won, Comaneci werd tweede.

Terwijl er achter de schermen van alles ‘broeide’, ging de wedstrijd ‘gewoon’ door. Comaneci en Muchina eindigden beiden als eerste op brug. Op balk lieten zowel Kim, Comaneci als Maria Filatova oefeningen zien die aan elkaar gewaagd waren. De Roemeense Teodora Ungureanu had met de 9.80 uit de kwalificatie goede vooruitzichten op een medaille. Maar voor het zover kwam werden de Roemeense turnsters door delegatieleider Nicolae Vieru, uit de wedstrijdhal gehaald. De delegatie vertrok spoorslags naar de Roemeense ambassade. Er volgde een diskwalificatie van de Roemenen voor de rest van de wedstrijd…

Reacties op dit bericht

Om een reactie te plaatsen en reacties te bekijken moet je ingelogd zijn. Inloggen