Trampolineterminologie ...

Inge Doens   ‐  Maandag 12 apr 2010   ‐   Tweet


Op wedstrijdniveau springen de gymnasten 10 sprongen met enkelvoudige of meervoudige salto’s. Alle sprongen hebben een naam en een moeilijkheidsfactor.

Een paar voorbeelden:

  • Barani: salto voorwaarts met 1/2 schroef
  • Rudolph / rudy: salto voorwaarts met 1 1/2 schroef
  • Randolph / Randy: salto voorwaarts vanuit stand met 2 1/2 schroef
  • Adolph: salto voorwaarts vanuit stand met 3 1/2 schroef
  • Fliffis: dubbele salto voorwaarts met schroef
  • Triffis: drievoudige salto voorwaarts met schroef
  • Baby fliffis 5/4: salto voorwaarts vanuit rug met 1/2 schroef
  • Cody 5/4: salto achterwaarts vanuit buik
  • Chuki: dubbele salto met halve draai in eerste salto en halve draai in tweede salto (= half in half out)
  • Miller: dubbele salto met 3 volledige schroeven
  • Full full full: drievoudige salto met in elke salto een volledige schroef


Een sport met een jury ...
Een jurypanel bestaat uit 4 juryleden die de uitvoering (technische uitvoering, hoogte, afwerking, ...) beoordelen en 2 moeilijkheidsjuryleden. De voorzitter zorgt ervoor dat alles in goede banen wordt geleid.

Voor de synchroonwedstrijden zijn er 4 uitvoeringsjuryleden, 2 moeilijkheidsjuryleden, 3 synchroonjuryleden, 1 assistent en 1 voorzitter.

Elk uitvoeringsjurylid beoordeelt een oefening op 10 punten. De drie middelste scores worden opgeteld en daarbij wordt dan de moeilijkheid geteld.


Reacties op dit bericht

Om een reactie te plaatsen en reacties te bekijken moet je ingelogd zijn. Inloggen